In Algemeen

Zou het sinds de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, afgekort als „AVG”, een onmogelijke missie zijn geworden? Sommigen denken erover. Wij zullen echter constateren dat het in de handel brengen niet zo beperkt is als wat soms kan worden begrepen en dat het niet passend is ze te mengen. Uitleg:

Niet te verwarren door de algemene verordening gegevensbescherming en de wet op de elektronische communicatie

De algemene verordening gegevensbescherming is de verordening die de persoonsgegevens van Europese burgers beschermt. De verordening voorziet in verschillende rechtsgrondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens, maar is meestal niet van toepassing op commerciële marketing. De commerciële verkoop wordt immers hoofdzakelijk beheerst door de Europese Richtlijn 2002/21/EG betreffende elektronische communicatie, omgezet in Belgisch recht bij de wet van 13 juni 2005. Het bepaalt in welke mate we kunnen nagaan welke klant en via welk kanaal.

Waar is de grens tussen beide teksten?

De grens tussen de algemene verordening gegevensbescherming en de wet op de elektronische communicatie van 2005 is hoofdzakelijk op het niveau van de toestemming, en meer in het bijzonder op de zogenaamde opt-in. Wanneer een „opt-in” vereist is om te kunnen verwachten, zijn de regels van de algemene verordening gegevensbescherming van overeenkomstige toepassing. Anders zullen voor opt-outs de regels van de wet van 2005 worden toegepast.

„Opt-out”/„Opt-out”: wat houden we in?

De opt-out is de mogelijkheid voor de betrokkene om zijn wil tot uitdrukking te brengen niet langer te worden gecontacteerd. De „opt-out” houdt dus de mogelijkheid in om contact op te nemen met de betrokkene zolang de betrokkene zich er niet tegen verzet. Anderzijds verbiedt „opt-in” het nemen van contact bij gebreke van voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene voor dat doel.

Met de voorwaarden die aan de „opt-out” zijn verbonden, wordt de betrokkene de mogelijkheid geboden om niet langer contact op te nemen met de betrokkene. De communicatie per e-mail moet in deze mogelijkheid worden voorzien (bijvoorbeeld „Ik wil dit soort communicatie niet meer ontvangen”) en die informatie moet telefonisch gebeuren. Het geval van herroeping moet kosteloos zijn voor de klant/het vooruitzicht. Voor de opsporing van telefoongesprekken heeft de betrokkene het recht om te weten waar de verzoeker zijn of haar gegevens en het beoogde gebruik heeft bewaard. De opt-out betekent dus niet dat u kunt doen wat u wilt.

Het is ook van toepassing op „opt-in”, die verder gaat dan het vereiste om voorafgaande toestemming van de betrokkene te verkrijgen voordat enig contact wordt opgenomen, ook van de vereisten van de in het vorige punt genoemde opt-out. (mogelijkheid van informatie over de herkomst en het gebruik van gegevens + de mogelijkheid om kosteloos voor de betrokkene van de lijst te worden geschrapt). Daarom is het niet omdat een persoon u een „opt-in” en dus zijn toestemming heeft gegeven op een bepaald moment, dat hij niet van de ene dag op de andere kan overstappen. Met andere woorden, op het moment van elke mededeling is het niet van belang of de toestemming is verkregen via een „opt-in” of dat het een „opt-out” betreft, zodat de gecontacteerde persoon de mogelijkheid moet hebben om zich uit te schrijven en de betrokken mededelingen niet langer te ontvangen. Evenzo moet de aspirant-onderneming het bewijs van de instemming van de betrokkene bewaren.

Hoe weet ik welke regels van toepassing zijn?

In concrete termen hangen de aard en het type van de exploratie af van de toepassing van de beginselen van de algemene verordening gegevensbescherming of de wet op de elektronische communicatie van 2005. In ieder geval is het van belang dat het „opt-out” -beginsel primeert boven het beginsel van „opt-in”, met name in het geval van B2B.Als gevolg daarvan zal de wet van 2005 vaker worden toegepast op de toepassing van GDPG-regelingen. Figuur:

De verschillende scenario’s in beschouwing nemen door onderscheid te maken tussen B2B en B2C:

B2B

Loyaliteitsberichten:

Een loyaliteitse-mail is een e-mail met meestal een aanbod van soortgelijke (soortgelijke) producten of diensten aan de producten of diensten die de klant eerder heeft gekocht. De loyaliteitse-mail vereist een bestaande klantrelatie en is daarom niet langer een vooruitzicht. In het kader van B2B geldt met name het beginsel van de loyauteit van de loyauteit van de opt-out.

Telefonisch zoeken:

Op het gebied van de telefonische verkenning is het mogelijk een beroep te doen op perspectieven voor de toekomst zonder daarvoor toestemming te hebben verkregen. Het enige vereiste is dat de gezochte persoon niet op de lijst www.ne-m-appelez-plus.be staat.Deze lijst, die in het bezit was van de vereniging Do Not Call Me (afgekort DCM), werd bij koninklijk besluit van 28 juni 2015 erkend als een officiële lijst ter zake. Sinds 31 mei 2014 voorziet het Belgische wetboek van economisch recht immers in de mogelijkheid voor individuele abonnees, ongeacht of zij natuurlijke of rechtspersonen zijn, om bezwaar te maken tegen het gebruik van hun telefoonnummer (s) voor marketingdoeleinden. De lijst is toegankelijk via de DNCM-website.Het gebruik ervan door commerciële gebruikers via de telefoon wordt algemeen aanbevolen, aangezien geldboeten tot 80.000 EUR kunnen worden opgelegd aan geldboeten.

E-mail:

Een e-mail wordt verboden in B2B zonder voorafgaande toestemming, en dus zonder „opt-in”, tenzij aan twee voorwaarden is voldaan:

1)      de reclameboodschap wordt verzonden naar een beroepsadres van een natuurlijke persoon

2)      de beoogde zorg heeft betrekking op de bezetting van de geënquêteerde personen.

Op grond van het bovenstaande kan derhalve worden geconcludeerd dat de uitzonderingen voldoende ruim zijn om de commerciële prospectie per e-mail in B2B te maken, op voorwaarde dat het geen spamming is, maar gepersonaliseerde boodschappen betreffende het beroep van de betrokkene en het bedrijfsadres van de betrokkene. Een exploratiebedrijf ter bevordering van de prestaties van een CRM dat gericht is op de professionele post van een financieel beheerder, hoeft bijvoorbeeld niet vooraf toestemming te verlenen indien de persoon wordt geïnformeerd over de verwerking en het recht om bezwaar te maken. Indien de prospectie daarentegen betrekking heeft op een aankoopaanbod voor een nieuwe grasmaaier en dus geen verband houdt met zijn beroepsactiviteit, is voorafgaande toestemming vereist.

SMS:

Net als bij de enquête per e-mail gelden dezelfde regels voor de prospectie per sms.

B2C:

Voor B2C lopen de toepasselijke regels sterk uiteen:

Loyaliteitsberichten:

Voor loyaliteitsberichten in het kader van een bestaande klantrelatie blijft de regel onveranderd, maar volstaat het om de voorwaarden van de „opt-out” toe te passen, aangezien het om een nieuwe relatie gaat met een bestaande klantrelatie.

Telefonisch zoeken:

Bij B2C volgt het telefoonzoeken het opt-outbeginsel en gelden dezelfde regels als voor de B2B-telefoonenquête (zie het telefoononderzoek in B2B). Met betrekking tot het doorzoeken van de telefoon moet de aandacht worden gevestigd op de informatie die moet worden verstrekt over het vooruitzicht dat zijn gegevens worden verkregen, alsook op het uitdrukkelijke recht van het laatste om bezwaar te kunnen maken tegen een latere benadering, alsook om te controleren of het opgevraagde aantal niet is geregistreerd op de site van de DNCM.

E-mail:

In het kader van B2C is een e-mail verboden, tenzij de betrokkene vooraf zijn toestemming heeft gegeven. In de praktijk zal het moeilijk zijn om vooraf toestemming te verkrijgen om een persoon, zoals de zoekopdracht, te onderzoeken, vaak in de vorm van het eerste contact met het vooruitzicht van de exploratie. Het is echter nog steeds mogelijk om het vooruitzicht te bieden dat het uitdrukkelijk ermee heeft ingestemd, bijvoorbeeld door een aangevinkt vakje onder een contactformulier waarin wordt aangegeven dat het op de hoogte kon worden gehouden van het commerciële aanbod van de betrokken onderneming.

SMS:

In het kader van B2C heeft het „opt-in” -principe, dus van voorafgaande toestemming, ook voorrang op het versturen van een sms naar een klant.

Hoe zit het met de nieuwsbrieven?

In B2C is het beginsel dat van „opt-in”.

Wat B2B betreft, sluit geen enkele wetgeving de toepassing van het „opt-out” -beginsel uit voor het versturen van een nieuwsbrief. Om echter niet van meet af aan het risico te lopen dat de handelaar in kwestie belangeloos is en daarom geen contact meer met hen kan opnemen, kan het nuttig zijn om te overwegen een meer gepersonaliseerde marketingstrategie in te voeren om onze boodschap beter af te stemmen op de potentiële behoefte aan het vooruitzicht en het aan de laatste te laten om te kiezen voor een of meer nieuwsbrieven.

Nog vragen? Wilt u meer weten? Aarzel niet om contact met mij op te nemen:

Voor meer mogelijkheden op het gebied van begeleiding en onderzoek helpt Enterprise Europe Network Europese bedrijven om te innoveren en internationaal actief te worden. Het netwerk is wereldwijd aanwezig in meer dan 60 landen. Het bestaat uit 3000 deskundigen van meer dan 600 aangesloten organisaties. Aarzel niet om gebruik te maken van ons platform https: //www.brusselsnetwork.be/fr/

Nieuws in de categorie Bekijk al het nieuws

Preparedness of EU SMEs for Cybersecurity Challenges

Survey on cybersecurity challenges for SMEs: A review on how businesses in the EU are preparing for and coping with cyber threats.

Handelsovereenkomst EU-Vietnam treedt in werking

EU exports to Vietnam are now taxed less since 1 August. This is the immediate effect of the entry into force of the EU-Vietnam trade agreement that will ultimately scrap duties on 99% of all goods traded between the two sides.

Discover the latest entry to the Enterprise Europe Network: Uruguay

Uruguay joins Enterprise Europe Network

Start typing and press Enter to search